Eenzaat - Méland Langeveld

maart 2021

Daar staat ze alleen, tussen
snelweg én spoorbaan
fier en rank
zojuist geplant

 

verlost van het nauwe
net om haar voeten
betasten haar wortels
de verse grond 

 

haar blaadjes wapperen
in de vroeg frisse wind
maar wat is het kabaal dat
continu langs haar raast?

 

en waar zijn haar soortgenoten
waarmee ze opgroeide
in het veld beschut
naast elkaar?

 

plots giert heimwee
door haar nerven
en mist ze haar zo
geliefde gesprekken

 

wat moet ze aanvangen
op deze mistroostige plek
ze weet het niet, terneergeslagen
laat ze haar blaadjes hangen.

Intensive care - Els de Groen

februari 2021

Je land is leeg,
je erf ontvolkt
sinds je veegestapeld hebt
in raamloze barakken
aan de voet van silo’s.

Het is of je de hemel melkt en de aarde
zoogt als je krachtvoer neerlaat en
graan in vlees verandert.

Het dier als dier bestaat nog slechts
in kindertekeningen en de
speelgoedbranche.

Midwinter 2015 - Florence Tonk

januari 2021

1.

Als een winter met kikkers

is het vandaag: kil en duister

zingen de merels in bomen

de ballonwangetjes in de sloot en

wind verwart. De straalstroom

brengt kou maar eindelijk

ook wat regen, van de te lang

te koud gebleven zee,

water waar mensen, takken, halmen

normaal gesproken onder buigen.

Droog is het geweest maar

nu schiet zuipend, zuigend alles,

ook hetgeen geen kruid is,

de grond uit.

 

 

 

2.

Als een winter is het

deze midzomerdag

schuilend in de hut tussen wegen

steek ik twee kaarsen aan op

de dode kachel

zo koud is het nu ook weer niet.

Als doopkaarsen op een altaar

of zoals thuis ongebruikt

op het hoge kastje met mutsen

en zijden sjaaltjes van mijn moeder.

 

Zwart-wit geschoten hield

mijn vader de mijne brandend

in zijn handen en ik lag

op de kerkvloer in mijn witte sleep

mijn groots verzet.

 

Dat moet februari zijn geweest

grootmoeder droeg haar pillbox

voor haar

werd dit theater opgevoerd.

 

Vandaag is het winters

op de dag dat zij mijn moeder baarde,

midzomer, die mij baarde, midwinter.

Spiegelend komen we alleen nog

in seizoenen samen.

 

3.

In een werveling van

generaties, ervaringen

signalen dat het

verkeerd gaat, dat het te

nat, te heet wordt, zus of zo

moet, zeker anders, minder, beter

rest schuilen

in de oksel van een weg.

Doe ik alsof we autarkisch

moeten leven, groente telen

als voorouders uit een pittoreske tijd

waarin er voor de meesten

amper genoeg te vreten was

maar wel meer wilde beesten.

 

Mijn kind brult zijn wrah-wrah's

speelt met plastic replica’s

van wilde dieren, we

hoeven hem niet meer te dopen

dat theater hebben we

met mijn grootmoeder begraven.

 

Wij hebben de maalstroom,

graven, fracken de wereld uit

we blazen de wereld uit

we stoken, knoeien, vliegen

verdienen de wereld uit.

 

De wind raast, en

de resten plastic van zijn

tijgers zullen eindigen

in de buiken van de laatste vis.

Maar ik beloof, wij blijven

elkaar aan het lachen maken

bevragen, (aan)raken, ons

bestaan uitzingen, houden

van wie of wat nog leeft,

vertellen over wat verdwijnt

en wie verdween, kikkers

merels, bomen, bijen

kind en: wrah!
 

Dwaalgast - Cora de Vos

december 2020

Je bent niet onopgemerkt gebleven

 

ook de grauwste mus wordt gesignaleerd,

genummerd, geteld, gerapporteerd, niets

ontsnapt het spiedend oog van de vogelaar

 

ook jij, steppekiekendief,

aangewaaid uit Kazachstan,

verdwaald in platgespoten hooiland

 

ze zeggen niet waar je bent geland

maar de waarnemers staan gereed,

desnoods volgen ze je met hun drones

 

er staat een hek om je geheime nest

dus verbeeld je maar niets

en zeker geen vrijheid

 

paparazzi loeren met telelenzen in de struiken

 

soortenjagers ringen je kuikens

nog voordat ze geboren zijn.

3 280 840 ft - Yanni Ratajczyk

november 2020

die duizend kilometers tussen ons

laat deze nog weerklinken, weergaloos

 

ik wantrouw afstand wanneer ze onecht lijkt

zoals ik beducht ben voor gedempt geluid

van ruzies tussen boekenkasten

 

ben je zover gekomen om de zomer te zien

vergaan tot stof, is dit nu zo vraag je je af

 

ik heb een scherm zeg ik, ik zal het gebruiken

om de wereld te ontkleden, desnoods zet ik

zwermen vogels in

ze brengen eilanden in kaart, ze laten zien

 

hoe we stilaan dichterbij drijven

zonder voluit te beseffen

 

deze verte is geen verte meer

niet langer tussen ons

Boomervaring - Dien L. de Boer

oktober 2020

hier in de boom hunkeren takken naar hoogte

terwijl de stam hen aan de wortels bindt

hier in de boom bewonen de vogels

gratis netwerken, het groen buigt met de zon mee

er is zoveel vers gezelschap in de lente

hier in de boom staan de lippen van het blad

nooit stil, ze fluisteren als dorpelingen

 

wat ze meemaken: dat rijden, je verplaatsen

om steeds een ander voor je te vinden, nee

blijven staan, je data vatten in jaarringen

Steenweg - Anneleen Van Offel

september 2020

In de woonkamer zegt de man dit is de woonkamer en hij maakt een gebaar
waarin een landschap past: savanne, de verte een strakgetrokken lijn tussen lucht en licht wij knikken en monsteren de muren, het aardgas in de leidingen onzichtbaar uiteraard
ze leiden naar een later waarin warmte zal gloeien in dit huis onzichtbaar uiteraard en

           nee

           we gaan de trap op langs een kamelenpad ruwe beken wilde bermbloemen en
de man zegt in de slaapkamer dit is de slaapkamer en met een knikje trekt hij de gordijnen

open
           een oogverblindende parking gordijnen dicht
           het licht verdwijnt de groei de adem hij knikt klopt op het klembord zakt door de

grond door de aarde en wij betalen de prijs om een leven lang naar het leven te verlangen.
 

Uitzicht - Saskia Leendert

augustus 2020

Eén mens kan het begin zijn
van een massa.

Het start met een klein verschil
een verschuiving van het perspectief
onzichtbaar voor het blote oog.

Tot het onmiskenbaar is wil je het niet
zien, met de handen voor je ogen lijk je veilig.

Ooit komen de sprinkhanen
de branden en de grote vloed.

Niet zonder reden - Peter Theunynck

juni 2020

Niet zonder reden daalden bossen uit de hemel neer.

Soms schroeit het binnenskamers, slaan de pannen

van het hoofd. Soms hongert ook een hart naar brood,

snakt het raam naar rozen. Mensen hebben bossen nodig.

 

Niet zonder reden daalden bossen uit de hemel neer.

Soms is het al metaal dat ons betintelt en magnetiseert.

Steden hebben gulzige motoren, kleppen en cilinders

ratelen maar door. Mensen hebben bossen nodig.

 

Niet zonder reden daalden bossen uit de hemel neer.

Soms vreet het miltvuur van de eindigheid,

het vijverslijk, het knarsetanden van de overweg,

een kolf, een fles aan ons. Mensen hebben bossen nodig.

 

Niet zonder reden daalden bossen uit de hemel neer.

In beuken zwelt de zucht naar kathedralen.

Op eik rijpen gedachten, linde giet er slaap op,

taxus ent volharding. Mensen hebben bossen nodig.