mijn appelsap - Margot Delaet

september 2021

mijn appelsap van eigen boom in mooie doos

is beschimmeld

en ik voel me niet meer

volwassen nu

 

ik probeer de borden proper

te houden maar soms

denk ik: over twintig jaar

brandt de aarde kapot en waarom

zou ik dan borden wassen

 

en dan kom jij

en houden we

elkaar als twee zijdes

van hetzelfde blad

twijfelend tussen

alles is nu

en nu bestaat niet

vast

Je leeft in een illusie van wildernis - Annet Zaagsma

augustus 2021

reserveert op een mooie zondag ad hoc
een tijdsslot in een bos
in de hoop dat dan alle figuranten klaar staan
binnen de lijntjes natuurlijk
alles daarbuiten heet onkruid

je tolereert alleen laagfrequente overlast
geen exoten, wolven of wintersterfte
verblijft het liefst in plastic dozen
waar omgaan met modder
een cursus is op het kinderdagverblijf

je wilt veilig de wind op je wangen
leren lachen in drie maanden
pleiten voor meer traagheid
maar het getij en de maan 
zijn vreemdelingen voor je
verhuld in sanitaire producten

zoek jezelf een weg naar buiten
proef je eigen bloed
op straat slaat de natuur terug
tussen de tegels
geen paniek als straks konijnen moeten kunnen graven
mos op de auto groeit als hij stilstaat

Bestuiving - Catharina van Daalen

juli 2021

te regelmatig gezaaide maïs kan zich niet voortplanten

de wind moet alles door elkaar kunnen waaien

kruislings bestuiven

daarom moeten we nu in het gelid blijven precies

in hokjes allemaal even groot 

even ver van elkaar verwijderd

doe een stap opzij en een nies reist diagonaal

met fatale gevolgen pok-pok-pok  daar gaat de gymzaal aan dominostenen

 

de man in het pak dat zijn gezicht verbergt

vindt broeierige dood in de kasten

met zijn vinger in mijn mond roert hij de smaak van teer en honing 

tegen mijn huig tot ik kokhals 

slaat grim lachend het rood in mijn wangen 

mijn temperatuur zit in een achtbaan terwijl de wereld net zo hard opbrandt

ik probeer hem te zien vertrekken tussen de hittegolven door 

gebogen rug in een witte overall

 

we moesten terug naar ons geboortedorp om getest te worden

hand in hand, rij aan rij, de weg breed gevuld 

tractorwielen, hoeven en stro

de vliegende insecten zijn geel van zichzelf

en geel van het stuifmeel

ontsnappen aan de ingepakte vingers van de man in het pak

ontsnappen in de wind

wie haar gezicht opheft wordt eerder nat

Afrikaanse gieren - Steven Van der Heyden

juni 2021

zwart afstekend draaien ze hun cirkels

op zoek naar een laatste stuiptrekking

in wat diep verloren ligt

 

de schoonmaakploeg van de natuur

telt steeds minder leden, thermiek houdt hen

niet langer boven de afgrond, breed is hun val

 

met opgezette mantelveren en kale koppen

lijken ze monniken die de doden wegslepen

hun pikorde raakt verstoord

 

ze zijn een verslindende onderneming, klaar

om te verdwijnen in bijgeloof

amuletten en verscholen gif

 

oude genezers met koppige idealen

kijken scherp de toekomst in, zien andere 

aasgieren onder een schrale zon

Waar mensen leven - Margreet Schouwenaar

april 2021

Leven hier mensen? Hier onder de uitslaande

zon waar piepkleine plastic deeltjes ongezien

wegkomen in wat omringt. Waar vacuüm verpakte

hunkering het winkelschap vult, waar we ons geheel

vrijwillig laten scannen om tot de betaalzone

te horen, waar het vuilnis verkapt wordt weggezet

in opgesmukte bakken? Waar wangen roze gloeien

volgens de laatste trend. Waar gemoord, verkracht,

waar oorlog en onbekwame machthebbers; waar het

staande volk zonder schroom wordt gekapt, beesten

het strekken wordt ontzegd. Waar hoofden boven water

of op media, waar gezwegen en weggekeken. Leven

hier mensen? Op wiens voordracht? Hier, waar je niets

moet voorstellen, maar alles moet zijn, waar

troost gehaald wordt uit gelijksoortigheid en suiker,

verkocht met hippe gemeenplaatsen en veel borst,

waar niemand grootgrutters en gifmengers stopt.

 

Hoeveel woorden voor vergaan? Bederven,

sterven, vermolmen, rotten, slijten, verstrijken,

teren, verweren. Wat wordt geen zoekterm? Wat

wordt niet gewist? Ik zie ze niet, de kriebelpoten,

de schildknapen onder stenen, en zij die hun kruis

dragen in een web of zonder schroom op duizend

poten gaan. En ook nu vallen bomen zonder een

woord. En altijd weer die verbazing dat alles verandert

als weer op een zomerdag. Dat alles in het water

valt en niemand dat had gedacht. Dat ijsberen eieren

eten, zeearenden plassen vinden, de brandgans

broedt op overleven; dat evolutie telkens toekomst

zoekt in een onbestemd onderdak! Dat steenmarters

hun kot vinden in welvaartsblik. Dat mensen vluchten

voor strijd, bewind, religie, lopen naar een belegd bestaan;

dat het monstermens, het water, de grens.

 

Ik buig mijn hoofd en zie hoe dun dunner wordt,

vraag niettemin en roep en nog blijft het stil. Wel

zie ik stenen tuinen, woedend vuur, wassend

water. Te vertellen heb ik niets en ook mijn vragen

verstommen. Er wonen woorden in mijn hoofd waar ik

niets aan heb. Nog even en er is niets anders dan

wazig zwijgen en een doordreunende stem die verdraait,

verminkt, verwringt, ontlast en belooft dat niets ooit.

Wij zijn het, wij nemen alles weg, geen ander mens

dan wij. Dikwijls met dodelijke wonden en zonder dat

iemand iets zegt of iemand iets hoort. En dat alles

zonder erbarmen. Van dieren maken we vlees, van

dagen gehakt; van mensen zelden buren. We zijn

hoogstens twee huizen breed. Schoonpraten wordt

een kwestie van wennen, onvermogen rust in driedelig

grijs breeduit op het pluche. En alles is ver. Leed wordt

bijeengehouden in een kijkkast. Drommen mensen,

zwart-wit op papier, worden verfrommeld. Weg

doen is simpel. Een knop, een prop. Wij zijn het,

de vuilnisbakken van de wereld, en we zwijgen,

zodat we het hebben gehad. Zoals je praat over

nabijheid, zodat je in de omtrek niet te bekennen

bent. Geen taal komt binnen. Geen mens, wij zijn het.

Ondanks dat ik vertel over pijn en angst,

over desperate varkens, over al die ogen

van kinderen die een thuis hadden. De werkelijkheid

is zo ver niet. Ik hoor haar ademen, janken, gillen

om beschutting, smeken om verstaan, vragen om

liefde, ondanks dat ik vertel over al die dolenden, al

die verlatenen zonder gewicht in de staatshuishouding,

ingelegd door de pluimstrijkers, verslonden door een

begerig believen, al die onzichtbaren in de stallen, in de hallen,

in de modder; al die net niet op de juiste plaats

 

Of de aarde blijft is de vraag, maar ze bloeit

als je zaait. Vrouwenmantel, Middaggoud,

Ridderspoor en wilde Akelei, net als

de Damastbloem, de Korenbloem en de Salvia.

Tenminste als je de aarde in meer kleedt dan

in sleetse frases. Als er voldoende geduld is

en als jij zaait, of ik. Lepelaars leren broeden in

bomen; stap voor stap, wij schrijven een verhaal

met schram en streep. We stellen een weg, slaan af,

doen over. Hopen! Kortom: de lente briest, pijn bot,

knoppen knallen. En jij staat op, en ik. Wij! Wij

slaan alarm. Jij en ik. Wij! Staan op.

Eenzaat - Méland Langeveld

maart 2021

Daar staat ze alleen, tussen
snelweg én spoorbaan
fier en rank
zojuist geplant

 

verlost van het nauwe
net om haar voeten
betasten haar wortels
de verse grond 

 

haar blaadjes wapperen
in de vroeg frisse wind
maar wat is het kabaal dat
continu langs haar raast?

 

en waar zijn haar soortgenoten
waarmee ze opgroeide
in het veld beschut
naast elkaar?

 

plots giert heimwee
door haar nerven
en mist ze haar zo
geliefde gesprekken

 

wat moet ze aanvangen
op deze mistroostige plek
ze weet het niet, terneergeslagen
laat ze haar blaadjes hangen.

Intensive care - Els de Groen

februari 2021

Je land is leeg,
je erf ontvolkt
sinds je veegestapeld hebt
in raamloze barakken
aan de voet van silo’s.

Het is of je de hemel melkt en de aarde
zoogt als je krachtvoer neerlaat en
graan in vlees verandert.

Het dier als dier bestaat nog slechts
in kindertekeningen en de
speelgoedbranche.

Midwinter 2015 - Florence Tonk

januari 2021

1.

Als een winter met kikkers

is het vandaag: kil en duister

zingen de merels in bomen

de ballonwangetjes in de sloot en

wind verwart. De straalstroom

brengt kou maar eindelijk

ook wat regen, van de te lang

te koud gebleven zee,

water waar mensen, takken, halmen

normaal gesproken onder buigen.

Droog is het geweest maar

nu schiet zuipend, zuigend alles,

ook hetgeen geen kruid is,

de grond uit.

 

 

 

2.

Als een winter is het

deze midzomerdag

schuilend in de hut tussen wegen

steek ik twee kaarsen aan op

de dode kachel

zo koud is het nu ook weer niet.

Als doopkaarsen op een altaar

of zoals thuis ongebruikt

op het hoge kastje met mutsen

en zijden sjaaltjes van mijn moeder.

 

Zwart-wit geschoten hield

mijn vader de mijne brandend

in zijn handen en ik lag

op de kerkvloer in mijn witte sleep

mijn groots verzet.

 

Dat moet februari zijn geweest

grootmoeder droeg haar pillbox

voor haar

werd dit theater opgevoerd.

 

Vandaag is het winters

op de dag dat zij mijn moeder baarde,

midzomer, die mij baarde, midwinter.

Spiegelend komen we alleen nog

in seizoenen samen.

 

3.

In een werveling van

generaties, ervaringen

signalen dat het

verkeerd gaat, dat het te

nat, te heet wordt, zus of zo

moet, zeker anders, minder, beter

rest schuilen

in de oksel van een weg.

Doe ik alsof we autarkisch

moeten leven, groente telen

als voorouders uit een pittoreske tijd

waarin er voor de meesten

amper genoeg te vreten was

maar wel meer wilde beesten.

 

Mijn kind brult zijn wrah-wrah's

speelt met plastic replica’s

van wilde dieren, we

hoeven hem niet meer te dopen

dat theater hebben we

met mijn grootmoeder begraven.

 

Wij hebben de maalstroom,

graven, fracken de wereld uit

we blazen de wereld uit

we stoken, knoeien, vliegen

verdienen de wereld uit.

 

De wind raast, en

de resten plastic van zijn

tijgers zullen eindigen

in de buiken van de laatste vis.

Maar ik beloof, wij blijven

elkaar aan het lachen maken

bevragen, (aan)raken, ons

bestaan uitzingen, houden

van wie of wat nog leeft,

vertellen over wat verdwijnt

en wie verdween, kikkers

merels, bomen, bijen

kind en: wrah!
 

Dwaalgast - Cora de Vos

december 2020

Je bent niet onopgemerkt gebleven

 

ook de grauwste mus wordt gesignaleerd,

genummerd, geteld, gerapporteerd, niets

ontsnapt het spiedend oog van de vogelaar

 

ook jij, steppekiekendief,

aangewaaid uit Kazachstan,

verdwaald in platgespoten hooiland

 

ze zeggen niet waar je bent geland

maar de waarnemers staan gereed,

desnoods volgen ze je met hun drones

 

er staat een hek om je geheime nest

dus verbeeld je maar niets

en zeker geen vrijheid

 

paparazzi loeren met telelenzen in de struiken

 

soortenjagers ringen je kuikens

nog voordat ze geboren zijn.

3 280 840 ft - Yanni Ratajczyk

november 2020

die duizend kilometers tussen ons

laat deze nog weerklinken, weergaloos

 

ik wantrouw afstand wanneer ze onecht lijkt

zoals ik beducht ben voor gedempt geluid

van ruzies tussen boekenkasten

 

ben je zover gekomen om de zomer te zien

vergaan tot stof, is dit nu zo vraag je je af

 

ik heb een scherm zeg ik, ik zal het gebruiken

om de wereld te ontkleden, desnoods zet ik

zwermen vogels in

ze brengen eilanden in kaart, ze laten zien

 

hoe we stilaan dichterbij drijven

zonder voluit te beseffen

 

deze verte is geen verte meer

niet langer tussen ons

Boomervaring - Dien L. de Boer

oktober 2020

hier in de boom hunkeren takken naar hoogte

terwijl de stam hen aan de wortels bindt

hier in de boom bewonen de vogels

gratis netwerken, het groen buigt met de zon mee

er is zoveel vers gezelschap in de lente

hier in de boom staan de lippen van het blad

nooit stil, ze fluisteren als dorpelingen

 

wat ze meemaken: dat rijden, je verplaatsen

om steeds een ander voor je te vinden, nee

blijven staan, je data vatten in jaarringen

Steenweg - Anneleen Van Offel

september 2020

In de woonkamer zegt de man dit is de woonkamer en hij maakt een gebaar
waarin een landschap past: savanne, de verte een strakgetrokken lijn tussen lucht en licht wij knikken en monsteren de muren, het aardgas in de leidingen onzichtbaar uiteraard
ze leiden naar een later waarin warmte zal gloeien in dit huis onzichtbaar uiteraard en

           nee

           we gaan de trap op langs een kamelenpad ruwe beken wilde bermbloemen en
de man zegt in de slaapkamer dit is de slaapkamer en met een knikje trekt hij de gordijnen

open
           een oogverblindende parking gordijnen dicht
           het licht verdwijnt de groei de adem hij knikt klopt op het klembord zakt door de

grond door de aarde en wij betalen de prijs om een leven lang naar het leven te verlangen.
 

Uitzicht - Saskia Leendert

augustus 2020

Eén mens kan het begin zijn
van een massa.

Het start met een klein verschil
een verschuiving van het perspectief
onzichtbaar voor het blote oog.

Tot het onmiskenbaar is wil je het niet
zien, met de handen voor je ogen lijk je veilig.

Ooit komen de sprinkhanen
de branden en de grote vloed.

Niet zonder reden - Peter Theunynck

juni 2020

Niet zonder reden daalden bossen uit de hemel neer.

Soms schroeit het binnenskamers, slaan de pannen

van het hoofd. Soms hongert ook een hart naar brood,

snakt het raam naar rozen. Mensen hebben bossen nodig.

 

Niet zonder reden daalden bossen uit de hemel neer.

Soms is het al metaal dat ons betintelt en magnetiseert.

Steden hebben gulzige motoren, kleppen en cilinders

ratelen maar door. Mensen hebben bossen nodig.

 

Niet zonder reden daalden bossen uit de hemel neer.

Soms vreet het miltvuur van de eindigheid,

het vijverslijk, het knarsetanden van de overweg,

een kolf, een fles aan ons. Mensen hebben bossen nodig.

 

Niet zonder reden daalden bossen uit de hemel neer.

In beuken zwelt de zucht naar kathedralen.

Op eik rijpen gedachten, linde giet er slaap op,

taxus ent volharding. Mensen hebben bossen nodig.