Waar mensen leven - Margreet Schouwenaar

Leven hier mensen? Hier onder de uitslaande

zon waar piepkleine plastic deeltjes ongezien

wegkomen in wat omringt. Waar vacuüm verpakte

hunkering het winkelschap vult, waar we ons geheel

vrijwillig laten scannen om tot de betaalzone

te horen, waar het vuilnis verkapt wordt weggezet

in opgesmukte bakken? Waar wangen roze gloeien

volgens de laatste trend. Waar gemoord, verkracht,

waar oorlog en onbekwame machthebbers; waar het

staande volk zonder schroom wordt gekapt, beesten

het strekken wordt ontzegd. Waar hoofden boven water

of op media, waar gezwegen en weggekeken. Leven

hier mensen? Op wiens voordracht? Hier, waar je niets

moet voorstellen, maar alles moet zijn, waar

troost gehaald wordt uit gelijksoortigheid en suiker,

verkocht met hippe gemeenplaatsen en veel borst,

waar niemand grootgrutters en gifmengers stopt.

 

Hoeveel woorden voor vergaan? Bederven,

sterven, vermolmen, rotten, slijten, verstrijken,

teren, verweren. Wat wordt geen zoekterm? Wat

wordt niet gewist? Ik zie ze niet, de kriebelpoten,

de schildknapen onder stenen, en zij die hun kruis

dragen in een web of zonder schroom op duizend

poten gaan. En ook nu vallen bomen zonder een

woord. En altijd weer die verbazing dat alles verandert

als weer op een zomerdag. Dat alles in het water

valt en niemand dat had gedacht. Dat ijsberen eieren

eten, zeearenden plassen vinden, de brandgans

broedt op overleven; dat evolutie telkens toekomst

zoekt in een onbestemd onderdak! Dat steenmarters

hun kot vinden in welvaartsblik. Dat mensen vluchten

voor strijd, bewind, religie, lopen naar een belegd bestaan;

dat het monstermens, het water, de grens.

 

Ik buig mijn hoofd en zie hoe dun dunner wordt,

vraag niettemin en roep en nog blijft het stil. Wel

zie ik stenen tuinen, woedend vuur, wassend

water. Te vertellen heb ik niets en ook mijn vragen

verstommen. Er wonen woorden in mijn hoofd waar ik

niets aan heb. Nog even en er is niets anders dan

wazig zwijgen en een doordreunende stem die verdraait,

verminkt, verwringt, ontlast en belooft dat niets ooit.

Wij zijn het, wij nemen alles weg, geen ander mens

dan wij. Dikwijls met dodelijke wonden en zonder dat

iemand iets zegt of iemand iets hoort. En dat alles

zonder erbarmen. Van dieren maken we vlees, van

dagen gehakt; van mensen zelden buren. We zijn

hoogstens twee huizen breed. Schoonpraten wordt

een kwestie van wennen, onvermogen rust in driedelig

grijs breeduit op het pluche. En alles is ver. Leed wordt

bijeengehouden in een kijkkast. Drommen mensen,

zwart-wit op papier, worden verfrommeld. Weg

doen is simpel. Een knop, een prop. Wij zijn het,

de vuilnisbakken van de wereld, en we zwijgen,

zodat we het hebben gehad. Zoals je praat over

nabijheid, zodat je in de omtrek niet te bekennen

bent. Geen taal komt binnen. Geen mens, wij zijn het.

Ondanks dat ik vertel over pijn en angst,

over desperate varkens, over al die ogen

van kinderen die een thuis hadden. De werkelijkheid

is zo ver niet. Ik hoor haar ademen, janken, gillen

om beschutting, smeken om verstaan, vragen om

liefde, ondanks dat ik vertel over al die dolenden, al

die verlatenen zonder gewicht in de staatshuishouding,

ingelegd door de pluimstrijkers, verslonden door een

begerig believen, al die onzichtbaren in de stallen, in de hallen,

in de modder; al die net niet op de juiste plaats

 

Of de aarde blijft is de vraag, maar ze bloeit

als je zaait. Vrouwenmantel, Middaggoud,

Ridderspoor en wilde Akelei, net als

de Damastbloem, de Korenbloem en de Salvia.

Tenminste als je de aarde in meer kleedt dan

in sleetse frases. Als er voldoende geduld is

en als jij zaait, of ik. Lepelaars leren broeden in

bomen; stap voor stap, wij schrijven een verhaal

met schram en streep. We stellen een weg, slaan af,

doen over. Hopen! Kortom: de lente briest, pijn bot,

knoppen knallen. En jij staat op, en ik. Wij! Wij

slaan alarm. Jij en ik. Wij! Staan op.

april 2021

Heb jij een gedicht geschreven dat goed past bij onze thematiek? Stuur het in en misschien staat jouw gedicht binnenkort op deze plek! Maximaal één gedicht, liefst ongepubliceerd, per twee maanden.

Schermafbeelding 2020-06-09 om 18.24.39.