top of page

Redden wat je raakt

Redden wat je raakt is een podcastserie waarbij nieuwe banden tussen poëzie en wetenschap worden gesmeed.

In iedere aflevering maakt de luisteraar kennis met de universums van een denker en een dichter, die rondom een klimaatthema worden samengebracht. Hoe kunnen filosofie en poëzie elkaar inspireren? Op welke manier kunnen de lyrische woorden van een dichter het onderzoek van een antropoloog versterken? Welke plaats heeft de wetenschap in de poëzie? Heeft de klimaatwetenschap een nieuwe taal nodig om een maatschappelijke ommezwaai mogelijk te maken? 

Klimaatdichters Pim Cornelussen en Moya De Feyter zijn de hosts van de podcastserie.

Beeld: Charlotte Peys

Tijdens Poetry International werd de eerste aflevering, De doorzichtige stad, live opgenomen op zaterdag 8 juni.

Gasten van dienst waren stadsantropoloog Renée Rooijmans en dichter Astrid Haerens. We gingen in gesprek over de stad als een veelvormig organisme dat bestaat uit planten, dieren en schimmels, maar ook uit gebouwen, straten en mensen. Hoe ziet zo’n evenwaardige verstrengeling van samenlevende wezens eruit? En hoe voelt die als je er middenin staat? 
Voormalig stadsdichter van Rotterdam, Hester Knibbe, schreef speciaal voor deze aflevering een nieuw gedicht. 


Renée Rooijmans creëert als antropoloog verbindingen tussen de mens en haar natuurlijke omgeving. Ze ontwerpt onder andere expedities om mensen in hun eigen landschap te laten landen en creëert processen om plekken tot leven te laten komen, zoals het voedselbos in Trompenburg Arboretum en Tuinen of een onlangs aangelegd griend in Rhoon. Vanuit het Dakdorpen Collectief ontwerpt ze mee aan dorpen op daken. En door middel van verschillende projecten onderzoekt Renée wat het is om mens te zijn in deze wereld, op dit land.  
 

Astrid Haerens groeide op in Zwevegem en woont in Brussel. Ze behaalde een master in Woordkunst (Drama) aan het Conservatorium van Antwerpen, waar ze afstudeerde met een multidisciplinaire performance waarin ze de relatie tussen beeld en taal onderzocht. Astrid schrijft proza en poëzie. In september 2017 verscheen haar debuutroman Stadspanters (Uitgeverij Polis), een roman over meerlagige, vloeibare, zoekende identiteiten in de grootstad. Ander werk publiceerde ze onder meer in Revisor, De Gids, Het liegend konijn, de Poëziekrant, DW B, deBuren, De Standaard, Deus ex Machina en Hard//Hoofd. In 2019 trok Astrid door de Westhoek, ging in gesprek met meer dan tweehonderd mensen en maakte een multimediale poëzieplattegrond over de streek. Met Leonardo van Dijl maakte ze daarvoor ook een poëziefilm. In het voorjaar van 2022 verscheen haar poëziedebuut Oerhert (Atlas Contact). Die bundel werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs. Fragmenten van Oerhert werden vertaald naar het Engels voor Versopolis door Egan Garr. Astrid is geboeid door cross-overs. Momenteel werkt ze samen met geluidskunstenaar Mariske Broeckmeyer (MARIS). Samen onderzoeken ze onder andere de verklanking en lichamelijkheid van poëzie en muziek. Met hun laatste performance zijn ze geselecteerd voor een tournee met jazzlab in 2024.   
 

Pim Cornelussen woont en werkt in Antwerpen. Hij was hoofdredacteur van literair tijdschrift Kluger Hans, schreef voor theater en is actief lid van de klimaatdichters. Zijn werk verscheen in onder andere Het Liegend Konijn, Deus Ex Machina, Hard/Hoofd, De Optimist, De Standaard en The Low Countries. In zijn werk neemt ecologische rouw een grote plek in.  
 

Moya De Feyter schrijft poëzie en proza. Ze debuteerde in 2018 met Tot iemand eindelijk, een poëziebundel die genomineerd werd voor de Poëziedebuutprijs. Haar tweede bundel Massastrandingen, die is opgebouwd rond het beeld van aanspoelende walvissen, werd bekroond met de J.C. Bloem-Poëzieprijs. In Een heel dun laagje gaat ze aan de hand van korte, aftastende stukjes proza op zoek naar licht. Moya staat graag en vaak op het podium en is de oprichter van de Klimaatdichters. In 2022 ontving ze de PrixFintroPrijs voor Nederlandstalige literatuur. 

bottom of page